Echte bruine volkscafés zijn al een tijdje op hun retour. Logisch, de klandizie en de uitbaters worden te oud, en wie een dergelijke zaak toch wil overnemen overweegt best een andere invulling. Vaak is dat bulldozergewijs of met een roastery-bakery-coffeebary. Maar daar zijn er al genoeg van.
Beter is dus zoals Cafe Commercial: je vindt een oude parel, plaatst een nieuwe keuken (want daar draait het om), een nieuwe koer (we houden allemaal van hygiëne) maar behoudt voor de rest de volledige inrichting met bijhorende patina, nicotinetinten en houten stoelen.
Dat van die stoelen is best gedurfd, want het voelt als een statement tegen al die soft-suède-bananenruggen-stoelen in menig ander restaurant. Al de rest valt onder de noemer: A thing of beauty is a joy forever.
“Onze chef serveert kleine bordjes om te sharen." Even kregen we koude rillingen van de zoveelste gedeelde-gerechten-insteek… Maar onze vooroordelen verdwenen vanaf het eerste bord. Het werd het soort geshare waar een meetlat bij zou moeten geleverd worden. Eerlijk delen aub.
Dus we kwamen een maand later terug. Ditmaal hadden we al wat meer sharing-ervaring en bestelden we als dessert opnieuw Banana Split.
Maar dan Niet-Gesplit.







